Inhoudsopgave
brandende kerk 1895
Brandweer
De Brand
Alle Pagina's

 

Toen de Schager Brandweer onder commando van opperbrandmeester Kweldam met twee spuiten op de markt verscheen stond het dak van de kerk aan alle zijden reeds in lichterlaaie.De tien jaar oude spuiten functioneerden naar verwachting. De ene spuit was rood en de andere blauw. De spuitgasten hadden ook rood en blauw op hun kleding. Zo was het makkelijk om te herkennen wie bij welke spuit hoorde. Voor een brand van deze omvang, hoog aan het dak, was de capaciteit van de spuiten echter niet voldoende. Hoewel men met gevaar voor eigen leven het als een fakkel brandende dak te lijf ging. Er werd nog geprobeerd alleen de toren te redden. Tevergeefs. De snelheid waarmee het vuur om zich heen greep moet ontstellend zijn geweest. Brandweer uit omliggende dorpen  werd gewaarschuwd. Spuiten verschenen vanuit Barsingerhorn, Haringhuizen en Sint Maarten. Maar ook toenwerd snel duidelijk dat de kerk noch de toren was te redden.

Het werd er niet beter op toen ook de 15.000 turven in het turfhok vlam vatten, wat met een enorme rookontwikkeling gepaard ging. Door de sterke wind ontstond een vonkenregen die neerkwam op de panden aan de noordoostkant van de markt. Er zat voor de vier korpsen niets anders op dan de percelen aan die kant onder controle te houden. Met vereende krachten probeerden zij met name de Rode Leeuw en de ernaast gelegen smederij voor ondergang te behoeden. Maar ook de panden aan beide kanten van de Nieuwstraat liepen groot gevaar. Op verschillende plaatsen ontstonden kleine brandjes. Gebrek aan bluswater, de vrees van iedere brandweerman, was er kennelijk niet. Met het water, vermoedelijk afkomstig uit sloten langs de Loet en aan het Noord (de Gracht was al gedempt) bleven zij elk begin van brand de baas. Hoe groot de vonkenregen en de hitte moet zijn geweest, bleek uit het in brand raken van een kleed op een kippenhok en kleren aan een drooglijn achter de huizen in de Nieuwstraat.

Ondanks het vuur in de spits liet de halfuurklok in de toren om half zes toch  zijn geluid nog horen. een uur na het uitbreken van de brand, om zes uur, sloeg de grote klok nog slechts een keer... Dat was tevens de allerlaatste maal. Kort daarna stortte de grote torenklok door de spits, met donderend geraas omlaag.